De militair (luitenant-generaal in het Britse leger) Robert Stephenson Smyth Baden-Powell keert gelauwerd terug uit de Britse koloniën India en Afrika, waar hij zich dermate heldhaftig onderscheiden heeft in de tweede Boerenoorlog in 1899 dat koning Edward hem Ridder in de Victoria Orde maakt op 02/10/1908. Voor zichzelf koos hij de titel “Baron” en heette sindsdien Sir Robert Baden-Powell of Gilwell. Tijdens de Boerenoorlog raakt B.P. bevriend met Frederick Russel Burnham (Amerikaan en een beroemde verkenner). Deze leert hem tijdens de belegering van Bulawayo (met 1250 manschappen en de plaatselijke bevolking doorstaan zij een beleg van 217 dagen tegenover een leger van zo’n 7.700 Boeren) kennismaken met de tradities en de werkwijzen van de Indianen. Tijdens deze periode begint B.P. zijn beroemde Stetson-hoed en halsdoek te dragen. Beide jonge militairen bespraken trainingsprogramma’s voor jonge mannen waarin die zouden leren ontdekken, verkennen, sporen zoeken, hout bewerken en voor zichzelf zorgen. Hij schrijft een klein zakboekje over militair verkennen en terug in Engeland merkt hij dat vele jongens dit zakboekje gebruiken tijdens hun spel. Uiteindelijk publiceert hij dit in het boek “Scouting for Boys” (hij gebruikte voor dit boek ook ideeën uit andere jeugdbewegingen zoals “Woodcraft Indians” van Ernest Thompson Seton en de” Sons of Daniel Boone” van Daniel Carter Beard uit Noord-Amerika en de “Boys Brigade” van William Alexander Smith uit Groot-Brittannië. B.P. verfijnde het concept van scouting en werd op die manier de oprichter van de Internationale Scoutsbeweging (de eerste jongens scouts ontstaan in 1908).